programmaboekje
fr
Vox Luminis / Johan Jacobs

Vox Luminis & L’Achéron

Schütz 350

Programma

Heinrich Schütz (1585-1672)

Die Sieben Worte Jesu Christi am Kreuz, SWV 478

 

  1. Introitus
  2. Sinfonia
  3. Die sieben Worte
  4. Sinfonia
  5. Conclusio

 

Giovanni Legrenzi (1626-1690)

Sonata a 4, op. 10 nr. 18

Dies Irae (Prosa pro mortuis)

 

--Pauze--

 

Johann Caspar Kerll (1627-1693)

Requiem “Missa pro Defunctis”

 

  1. Introitus
  2. Kyrie
  3. Sequenza
  4. Offertorium
  5. Sanctus – Benedictus – Hosanna
  6. Agnus Dei
  7. Communio (Lux aeterna)

timing

Concert met pauze van +/- 20 min

Einde van het concert : +/- 22:10

Muzikanten & zangers

Vox Luminis :
Sopranen

Zsuzsi Toth, Victoria Cassano

Alten
Jan Kullmann, Korneel Van Neste

Tenoren
Philippe Froeliger, Joao Moreira, Jacob Lawrence, Olivier Berten, Sebastian Myrus

Bas en dirigent
Lionel Meunier

Orgel
Anthony Romaniuk


L’Achéron :

Viola de gamba
François Joubert-Caillet, Andreas Linos, Julie Dessaint, Aude-Marie Piloz, Nolwenn Le Guern

VOX LUMINIS

Sinds de oprichting in 2004 wordt het vocaal ensemble Vox Luminis, onder leiding van de bas Lionel Meunier, internationaal geprezen om haar unieke sound, zowel in een solistische bezetting als in grotere producties. Vox Luminis is gespecialiseerd in Engelse, Italiaanse en Duitse repertoire uit de 17de en vroege 18de eeuw en brengt niet alleen virtuoze meesterwerken maar ook onuitgegeven parels opnieuw tot leven. Een kern van vocale solisten wordt, naargelang het repertoire, aangevuld met een uitgebreid continuo, solo-instrumenten of een volledig orkest.

In 2012 won Vox Luminis op de prestigieuze Gramophone Awards de Recording of the Year. Intussen maakte Vox Luminis zestien opnames bij de labels Ricercar, Alpha Classics, Ramée en Musique en Wallonie en sleepte het talrijke internationale prijzen in de wacht waaronder ‘Klara ensemble van het jaar 2018’, BBC Music Magazine ‘choral award winner 2018’, 3 Diapasons d’Or, Caecilia Prijs 2020 en meerdere Preis der Deutschen Schalplattenkritik. In 2019 mocht het ensemble opnieuw een Gramophone Music Award in de categorie ‘Choral’ in ontvangst nemen voor de cd van Buxtehude: Abendmusiken.

Jaarlijks verzorgt Vox Luminis ongeveer zeventig concerten bij de belangrijkste concerthuizen en festivals wereldwijd, waaronder Bozar Brussel, deSingel Antwerpen, Auditorio Nacional Madrid, L’Auditori Barcelona, Wigmore Hall London, Philharmonie Berlin, Lincoln Center New York, Zaryadye Hall Moscow, Festival van Vlaanderen en Festival de Wallonie, Festival de Saintes, Festival Oude Muziek Utrecht, Musikfest Bremen, Bachfest Leipzig, Aldeburgh Festival en Boston Early Music Festival.

Vox Luminis is artist in residentie bij het Concertgebouw Brugge. Het ensemble startte in 2021 een structurele samenwerking met het befaamde Freiburger Barockorchester.

L'achéron

In de Griekse mythologie is het Acheron de rivier die Orpheus overstak om Eurydice uit de onderwereld te redden. Zoals de naam al aangeeft, wil L'Achéron een weg openen tussen twee schijnbaar onverenigbare werelden: die van de levenden en de doden, het verleden en het heden, idealisme en realiteit. L'Achéron werd in 2009 opgericht door François Joubert-Caillet en wil de banden tussen de muzikanten en het publiek aanhalen door de oude muziek toegankelijk te maken. Door de diversiteit aan muziekinstrumenten en genres van de renaissance en de barok te verkennen bereikt het ensemble zijn doel zonder de muziek ontkrachten. 

Door te proberen de vele nuances van deze rijke en levendige muziek weer te geven, stelt L'Achéron een reis voor door de tijd waarbij de smaken van het verleden tot leven worden gebracht. L'Achéron werkt regelmatig samen met artiesten uit andere domeinen: in L'Orgue du Sultan werkte het samen met het ensemble Sultan Veled aan een ontmoeting tussen elizabethaanse en ottomaanse muziek. Met de meester van de Griekse lyra Sokratis Sinopoulos werkten ze samen voor Lachrimæ Lyræ ; het ensemble zal ook meewerken aan een album met elektronische muziek met DJ Marc Romboy en Tamar Halperin.
L'Achéron wordt regelmatig uitgenodigd voor verschillende festivals en muzikale seizoenen in Europa zoals o.a. de Festivals van Saintes, Sablé en Royaumont, Auditorium du Louvre, Tage Alter Musik Regensburg, Festival Bach de Lausanne, Concertgebouw Brugge, Oude Muziek Utrecht, Warsaw Philharmonie.

L'Achéron staat onder contract bij het label Ricercar - Outhere en bracht tot nu toe de volgende albums uit: The Fruit of Love gewijd aan Anthony Holborne, Samuel Scheidt's Ludi Musici (Diapason d'Or), Orlando Gibbons' Fancies for the viols (soundtrack bij La Tempête van William Shakespeare onder leiding van Robert Carsen aan de Comédie Française), Johann Caspar Kerll's Requiem met het Vox Luminis ensemble, de Ouvertures van Johann Bernhard Bach (Echo Klassik), de complete Triosonates van Philipp Heinrich Erlebach, Lachrimae Lyrae, Tears of Exile met Sokratis Sinopoulos, Pièces Favorites van Marin Marais, waarvan de alle Pièces de Viole zijn opgenomen door François Joubert-Caillet (het 1e en 2e boek kregen een Diapason d'Or en een Choc de Classica).

lionel meunier

De Franse dirigent en bas Lionel Meunier is internationaal bekend als oprichter en artistiek directeur van het gelauwerde vocaal ensemble Vox Luminis. Vandaag wordt hij beschouwd als een van de meest dynamische en veelgeprezen artistieke leiders die actief is op het vlak van de historische uitvoeringspraktijk en vocale ensemblemuziek.

Geprezen voor zijn gedetailleerde, krachtige interpretaties wordt hij nu meer en meer uitgenodigd als gastdirigent en artistiek directeur door koren, ensembles en orkesten wereldwijd.

De internationale doorbraak van Lionel kwam in 2012 met de Gramophone Recording of Year, een prijs toegekend aan Vox Luminis voor hun opname van de Musicalische Exequien van Heinrich Schütz. Onder zijn leiding maakte Vox Luminis sindsdien uitgebreide concerttournees in Europa, Noord-Amerika en Azië; met meerjarige artistieke residenties in Wigmore Hall, Aldeburgh Festival, Festival Oude Muziek Utrecht en Concertgebouw Brugge. Het ensemble maakte al een 16-tal cd-opnames voor de labels Ricercar en Alpha Classics. In 2019 ontving Vox Luminis met hun opname Abendmusiken Buxtehude een tweede Gramophone Award, als Choral Recording of the Year.

Lionel Meunier werkte als gastdirigent samen met de Nederlandse Bachvereniging, het Danish National Vocal Ensemble, het Nederlands Kamerkoor en het Boston Early Music Festival Collegium. Hij leidde met Vox Luminis projecten in samenwerking met o.a. Juilliard 415, B’Rock Orchestra, Philharmonia Baroque Orchestra en L’Achéron. Hij heeft een nauwe band met het Freiburger BarockOrchester en Consort, en leidt regelmatig met Vox Luminis projecten die een breed repertoire bestrijken. Hun eerste gemeenschappelijke opname verscheen in 2021.
Toekomstige projecten omvatten zijn debuut met het Shanghai Symphony Orchestra, en hernieuwde samenwerkingen met het Boston Early Music Festival Orchestra en het Freiburger Barockorchester en Consort.

Lionel werd opgeleid als zanger en blokfluitist en begon zijn carrière als bas bij gerenommeerde ensembles zoals het Collegium Vocale Gent, Amsterdam Baroque Choir en Cappella Pratensis. In 2013 kreeg hij de titel Namurois de l’Année voor cultuur in de Belgische stad Namen, waar hij samen met zijn familie woont. Van 2018 tot 2020 kreeg hij een belangrijke opdracht bij het Théâtre National de Bretagne in Rennes, waar hij jonge aspirant-acteurs volgde in een opleidingsprogramma genaamd Promotion X.

TOELICHTING

De dood mag dan wel een universeel menselijk gegeven zijn, toch leggen de verschillende manieren waarop deze benaderd werd tijdens de barokperiode ook duidelijke verschillen tussen katholiek en protestants bloot. Waar de lutheraan Heinrich Schütz de dood belicht via het lijden van Christus, zet de katholiek Giovanni Legrenzi op theatrale wijze de Dag des Oordeels op muziek. Johann Caspar Kerll, eveneens katholiek, zoekt met zijn requiem dan weer een midden tussen de bescheiden devotie van Schütz en de beeldende dramatiek van Legrenzi.

Heinrich Schütz (1585-1672)  

350 jaar na zijn overlijden wordt Heinrich Schütz doorgaans beschouwd als de grootste Duitse componist voor Johann Sebastian Bach. Tijdens zijn lange leven bouwde hij een indrukwekkend oeuvre op, dat bijna uitsluitend bestaat uit vocale, meestal religieuze muziek. Hoewel hij vooral actief was in het lutherse Dresden, verbleef hij meermaals in Venetië om er kennis te nemen van de nieuwste muzikale ontwikkelingen. Vooral in zijn vroegere werk is dan ook de invloed van Giovanni Gabrieli merkbaar, met name in het typisch Venetiaanse gebruik van een dubbelkoor. Schütz’ latere werk is daarentegen veel soberder van aard, omdat hij in Dresden na de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) bijna geen muzikale middelen meer voorhanden had. Dat hij desondanks een maximale uitdrukkingskracht uit deze beperkte middelen wist te puren, bewijst Die sieben Worte Jesu Christi am Kreuz (ca. 1645).

Die sieben Worte Jesu Christi am Kreuz

Met de zeven laatste woorden van Christus maakte Schütz een opmerkelijke tekstkeuze. Deze kruiswoorden staan immers nergens zo opgesomd in de Bijbel, maar zijn samengesteld uit de passieverhalen van de vier evangelisten. Niet toevallig zijn deze in de christelijke traditie tot zeven uitspraken gegroepeerd: als symbool van volledigheid bezegelen de zeven kruiswoorden immers de voltooiing van Christus’ aardse leven.
In vertaling klinken ze als volgt:

  1. “Vader, vergeef hen, want ze weten niet wat ze doen.” (Lucas 23,34)

  2. “Ik verzeker je: nog vandaag zul je met mij in het paradijs zijn.” (Lucas 23,43)

  3. “Vrouw, dat is uw zoon!” en “Dat is je moeder!” (Johannes 19,26-27)

  4. “Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?” (Mattheüs 27,46 en Marcus 15,34)

  5. “Ik heb dorst.” (Johannes 19,28)

  6. “Het is volbracht.” (Johannes 19,30)

  7. “Vader, in Uw handen leg ik mijn geest.” (Lucas 23,46)

Bijzonder is dat Schütz de eerste was die een volledige compositie wijdde aan de zeven kruiswoorden. Vóór Schütz zijn deze woorden immers enkel getoonzet als deel van het passieverhaal. Christus’ woorden, naar lutherse gewoonte uiteraard in Duitse vertaling, vormen de kern van de compositie. Schütz omkadert deze kruiswoorden bovendien met de eerste en laatste strofe van een lutherse hymnetekst, die een inleidend en concluderend commentaar op Christus’ woorden voorzien. Zo is de tekst symmetrisch opgebouwd uit inleiding, de zeven woorden zelf, en tot slot een conclusie.

Uit deze tekststructuur komt ook de symmetrische opbouw van de muziek voort. Schütz versterkt deze bovendien door tussen de beginstrofe en de kruiswoorden een instrumentale symphonia in te voegen, die voor de slotstrofe nog eens herhaald wordt. Ook is de symmetrie goed hoorbaar doordat Schütz voor de hymnestrofen het volledige vijfstemmige koor inzet, terwijl Christus’ woorden door een solist (tenor) worden gezongen. Zoals ook Bach later in zijn passies zou doen, laat Schütz Christus’ woorden telkens begeleiden door twee violen die de kruiswoorden onderstrepen met melodische verwijzingen naar de zangpartij. De kruiswoorden worden telkens met elkaar verbonden door recitatieven, een soort gezongen declamaties, van een ‘evangelist’. Opvallend is dat deze rol niet door één solist, maar afwisselend door verschillende zangers wordt vertolkt.

Eerder werd al aangegeven dat Schütz in zijn latere werk een maximale zeggingskracht probeerde te bereiken met beperkte middelen. Exemplarisch hiervoor is het zesde woord ‘Es ist vollbracht,’ (‘Het is volbracht’) waarvan de zangpartij slechts uit een simpele stijgende lijn bestaat. Uit deze eenvoud weet Schütz echter expressie te puren door deze lijn aan de hand van rusten te fragmenteren. De sobere muzikale geste wordt zo plots een uitdrukking van iemand wiens laatste adem stokt en die klaar lijkt om net als de gezongen melodie ten hemel te stijgen.

Een hoogtepunt in dit werk is het vierde kruiswoord (‘Mijn God, mijn God, waarom heeft U mij verlaten?’). Het belang van dit woord wordt al aangekondigd doordat de rol van de evangelist vlak voor dit woord door vier stemmen in plaats van de gebruikelijke solist vertolkt wordt. Bovendien zingt Christus dit kruiswoord tweemaal: eerst in het Hebreeuws (‘Eli, Eli, lama asabthani?’) en vervolgens in de Duitse vertaling. Nergens in dit werk is het lijden van Christus zo tastbaar als hier: de wanhopig herhaalde aanroeping (‘Eli’/ ‘Mein Gott’) klinkt in Schütz’ toonzetting bijna als een snik, en maakt de weeklacht des te aangrijpender.


Giovanni Legrenzi (1626-1690)

Giovanni Legrenzi was een van de meest invloedrijke componisten van Noord-Italië in de tweede helft van de 17de eeuw. De laatste twintig jaar van zijn leven spendeerde hij in Venetië, een van de absolute muzikale hoofdsteden uit die periode. Door zijn posities aan verschillende instituties, met als hoogtepunt zijn benoeming tot vicemaestro van de Basiliek van San Marco, kon Legrenzi zich hier vooral toewijden aan de religieuze vocale muziek. Hij zou er echter eveneens succes oogsten in de opera, hét genre bij uitstek dat het toenmalige Venetiaanse muziekleven domineerde.

Sonata a 4, op. 10 nr. 18

De sonate Op. 10 nr. 18 voor vier instrumenten komt uit de vierde verzameling instrumentale sonates die Legrenzi publiceerde, bekend onder de bijnaam La Cetra. Zoals de meeste van zijn sonates is dit een zogenaamde ‘sonata da chiesa’, die bestaat uit een afwisseling van trage en snelle delen. In de 17de eeuw werden zulke ‘kerksonates’ regelmatig als deel van de eredienst uitgevoerd ter vervanging van vocale muziek, maar ze werden later eveneens voor een concertpubliek gespeeld.

De opbouw van deze sonate is vierdelig. Als eerste vinden we een plechtstatig langzaam deel, waarin de vier stemmen op complexe wijze met elkaar zijn verweven. Het kortere tweede deel is ietwat sneller en beweeglijker, en komt aan het einde tot stilstand in een langzame conclusie, die ook het volgende segment inleidt. Dit snelle derde deel heeft een dansant karakter dankzij een continue ritmische puls die het geheel voortstuwt. Het laatste deel is opnieuw langzaam en doet enigszins denken aan het openingsdeel. Hierdoor schept Legrenzi een eenheid en samenhang die de contrasterende karakters van de delen overstijgt.

Prosa Pro Mortuis (Dies Irae)

In zijn Prosa Pro Mortuis zet Legrenzi een deel van de dodenmis op muziek, namelijk het Dies Irae. Dit is een zogenaamde ‘sequentia’, een Latijnse poëtische tekst die tijdens de middeleeuwen aan de traditionele liturgische teksten werd toegevoegd. In een beeldrijke en schrikwekkende taal schetst dit gedicht de Dag des Oordeels, waarop God als rechter alle levende en dode zielen een plek in de hemel of in de eeuwige duisternis zal toekennen. Het angstaanjagende idee dat de goeden van de slechten zouden gescheiden worden bij dit Laatste Oordeel werd vooral in de katholieke traditie belangrijk geacht. Het protestantisme wierp hier echter tegen op dat zo’n oordeel niet zou plaatsvinden, maar dat het offer van Christus ervoor zou zorgen dat iedereen zielenheil kan verkrijgen. Dit verklaart dan ook het opmerkelijke verschil tussen Legrenzi’s theatrale toonzetting van dit angsttafereel en de focus op het lijden van Christus die we eerder zagen bij Schütz.  

Om de overweldigende tekst kracht bij te zetten schrijft Legrenzi hier naar Venetiaanse traditie twee koren voor, naast drie strijkerspartijen en basso continuo. Conform de tekst is het werk opgedeeld in 19 segmenten. Deze onderdelen zijn afwisselend getoonzet voor de volledige bezetting en voor kleinere ensembles van één of meerdere stemmen en/of instrumenten. De deeltjes voor solostem en instrumenten zijn stilistisch sterk verwant aan de aria en illustreren Legrenzi’s bedrevenheid in de operastijl. De meeste van deze sologezangen zijn weliswaar wat kleinschaliger dan hun theatrale tegenhangers, maar een langer uitgewerkt deel als nr. 17 (‘Oro Supplex’) had net zo goed voor de Venetiaanse operapodia gecomponeerd kunnen zijn. Wanneer de solistische delen meerdere stemmen bevatten, is er dan weer vaak imitatie tussen de stemmen: twee of meer stemmen zingen dezelfde melodie maar beginnen op verschillende momenten, waardoor ze met elkaar overlappen.


Johann Caspar Kerll (1627-1693)
Een volledige toonzetting van het requiem vinden we tenslotte bij Johann Caspar Kerll, een Duits componist die carrière maakte in de katholieke steden Wenen en München. Kerll staat vooral bekend om zijn klaviermuziek en religieuze composities, maar schreef ook enkele opera’s naar Italiaans model die helaas niet bewaard zijn gebleven. Zijn requiem componeerde hij omstreeks 1689, slechts enkele jaren voor zijn dood. In een notitie bij zijn partituur drukte Kerll dan ook expliciet de wens uit dat men dit werk op zijn begrafenis zou zingen, in de hoop dat het zijn zielenheil zou kunnen waarborgen en troost zou kunnen bieden aan zijn nabestaanden.

In tegenstelling tot Legrenzi zette Kerll de volledige requiemmis op muziek, bestaande uit een introïtus, kyrie, Dies Irae, offertorium, sanctus, agnus dei, en communio. Desondanks staat het Dies Irae ook hier enigszins los van de andere misdelen. Zo is dit deel vier- in plaats van vijfstemmig, zingen deze stemmen vaak solo, en krijgen de instrumenten volwaardige onafhankelijke partijen. Hiermee staat dit deel in fel contrast met de rest van het werk, waarin de vocale stijl vaak aanleunt bij de renaissancepolyfonie en de instrumenten louter de stemmen verdubbelen.

De stijl van het Dies Irae toont dat Kerll zich bewust was van de moderne ontwikkelingen uit Italië. Dit segment deelt dan ook enkele kenmerken met Legrenzi’s Pros Pro Mortuis, zoals de dialoog tussen stemmen en instrumenten en een vocale stijl die soms dicht bij de opera-aria staat. Een opvallend verschil met Legrenzi is dat Kerll maar liefst 7 van de 19 segmenten (delen 1, 5, 6, 11, 12, 17, en 19) van het Dies Irae op nagenoeg exact dezelfde muziek heeft geplaatst, waardoor er een overkoepelende structuur ontstaat. Toch grijpt Kerll ook af en toe de kans om de specifieke inhoud van een strofe muzikaal weer te geven. Zo corresponderen de razend snelle herhaalde tonen (tremoli) van de strijkers in het tweede deeltje (Quantus tremor) met de tekst, die aankondigt hoe men zal ‘beven’ of ‘trillen’ wanneer God als rechter zal afdalen.

ROBBE BEHEYDT

Teksten - Die Sieben Worte Jesu Christi am Kreuz

I. Introitus
Da Jesus an dem Kreuze stund
und ihm sein Leichnam ward verwundt
so gar mit bitterm Schmerzen,
die sieben Wort’, die Jesus sprach,
betracht in deinem Herzen.

II. Sinfonia

III. Die sieben Worte

1. Wort
Evangelist (Altus)
Und es war um die dritte Stunde, da sie Jesum kreuzigten. Er aber sprach:
Jesus (Tenor II)
Vater, vergib ihnen, denn sie wissen nicht, was sie tun.

2. Wort
Evangelist (Tenor I)
Es stand aber bei dem Kreuze Jesu seine Mutter und seiner Mutter Schwester, Maria, Chleophas Weib, und Maria Magdalena. Da nun Jesus seine Mutter sahe und den Jünger dabei stehen, den er liebhatte, sprach er zu seiner Mutter:
Jesus (Tenor II)
Weib, siehe, das ist dein Sohn.
Evangelist (Tenor I)
Darnach spricht er zu dem Jünger:
Jesus (Tenor II)
Johannes, siehe, das ist deine Mutter!
Evangelist (Cantus)
Und von Stund an nahm sie der Jünger zu sich.

3. Wort
Evangelist (Sopran)
Aber der Übeltäter einer, die da gehenkt waren, lästert’ ihn und sprach:
Schächer zur Linken (Altus)
Bist du Christus, so hilf dir selbst und uns!
Evangelist (Cantus)
Da antwortete der ander, strafte ihn und sprach:
Schächer zur Rechten (Bass)
Und du fürchtest dich auch nicht vor Gott, der du doch in gleicher Verdammnis bist? Und zwar wir sind billig darinnen, denn wir empfangen, was unsere Taten wert sind; dieser aber hat nichts Ungerechtes gehandelt.
Evangelist (Cantus)
Und sprach zu Jesu:
Schächer zur Rechten (bassus)
Herr, gedenke an mich, wenn du in dein Reich kommst.
Evangelist (Cantus)
Und Jesus sprach:
Jesus (Tenor II)
Wahrlich, ich sage dir: Heute wirst du mit mir im Paradies sein.

4. Wort
Evangelist (Sopran, Altus, Tenor I, Bass)
Und um die neunte Stunde schrie Jesus laut und sprach:
Jesus (Tenor II)
Eli, Eli, lama asabthani
Evangelist
Das ist verdolmetschet:
Jesus (Tenor II)
Mein Gott, mein Gott, warum hast du mich verlassen?

5.Wort
Evangelist (Altus)
Darnach als Jesus wusste, dass schon alles vollbracht war, dass die Schrift erfüllet würde, sprach er:
Jesus (Tenor II)
Mich dürstet;

6. Wort
Evangelist (Tenor I)
Und einer von den Kriegesknechten lief bald hin, nahm einen Schwamm und füllte ihn mit Essig und Ysopen und steckte ihn auf ein Rohr und hielt ihn dar zum Munde und tränkte ihn. Da nun Jesus den Essig genommen hatte, sprach er:
Jesus (Tenor II)
Es ist vollbracht!

7. Wort
Evangelist (Tenor I)
Und abermal rief Jesus laut und sprach:
Jesus (Tenor II)
Vater, ich befehle meinen Geist in deine Hände!
Evangelist (Sopran, Altus, Tenor I, Bass)
Und als er das gesagt hatte, neiget er das Haupt und gab seinen Geist auf.

IV. Sinfonia

V. Conclusio
Wer Gottes Marter in Ehren hat
und oft gedenkt der sieben Wort,
des will Gott gar eben pflegen,
wohl hie auf Erd mit seiner Gnad,
und dort in dem ewigen Leben.

teksten - Dies Irae (Prosa pro mortuis)

Dies iræ, dies illa,
Solvet sæclum in favílla,
Teste David cum Sibýlla !

Quantus tremor est futúrus,
quando judex est ventúrus,
cuncta stricte discussúrus !

Tuba mirum spargens sonum
per sepúlcra regiónum,
coget omnes ante thronum.

Mors stupébit et Natúra,
cum resúrget creatúra,
judicánti responsúra.

Liber scriptus proferétur,
in quo totum continétur,
unde Mundus judicétur.

Judex ergo cum sedébit,
quidquid latet apparébit,
nihil inúltum remanébit.

Quid sum miser tunc dictúrus ?
Quem patrónum rogatúrus,
cum vix justus sit secúrus ?

Rex treméndæ majestátis,
qui salvándos salvas gratis,
salva me, fons pietátis.

Recordáre, Jesu pie,
quod sum causa tuæ viæ ;
ne me perdas illa die.

Quærens me, sedísti lassus,
redemísti crucem passus,
tantus labor non sit cassus.

Juste Judex ultiónis,
donum fac remissiónis
ante diem ratiónis.

Ingemísco, tamquam reus,
culpa rubet vultus meus,
supplicánti parce Deus.

Qui Maríam absolvísti,
et latrónem exaudísti,
mihi quoque spem dedísti.

Preces meæ non sunt dignæ,
sed tu bonus fac benígne,
ne perénni cremer igne.

Inter oves locum præsta,
et ab hædis me sequéstra,
státuens in parte dextra.

Confutátis maledíctis,
flammis ácribus addíctis,
voca me cum benedíctis.

Oro supplex et acclínis,
cor contrítum quasi cinis,
gere curam mei finis.

Lacrimósa dies illa,
qua resúrget ex favílla
judicándus homo reus.

Huic ergo parce, Deus.
Pie Jesu Dómine,
dona eis réquiem. Amen.

teksten - Requiem (Missa pro Defunctis)

I. Introitus
Requiem aeternam dona eis, Domine; et lux perpetua luceat eis.
Te decet hymnus, Deus, in Sion, et tibi reddetur votum in Ierusalem.
Exaudi orationem meam; ad te omnis caro veniet.
Requiem aeternam dona eis, Domine; et lux perpetua luceat eis.

II. Kyrie
Kyrie, eleison
Christe, eleison

III. Sequenza
Dies irae, dies illa
Solvet saeculum in favilla:
Teste David cum Sibylla
Quantus tremor est futurus.
quando iudex est venturus
cuncta stricte discussurus ?

Tuba mirum spargens sonum,
per sepulcra regionum,
coget omnes ante thronum.
Mors stupebit et natura,
cum resurget creatura
iudicanti responsura.
Liber scriptus proferetur
in quo totum continetur,
unde mundus iudicetur.
Iudex ergo cum sedebit,
quidquid latet, apparebit :
nil inultum remanebit.
Quid sum miser tunc dicturus ?
quem patronum rogaturus,
cum vix iustus sit securus?

Rex tremendae maiestatis,
qui salvandos salvas gratis,
salva me, fons pietatis.

Recordare, Iesu pie,
quod sum causa tuae viae :
ne me perdas illa die.

Quaerens me sedisti lassus :
redemisti crucem passus :
tantus labor non sit cassus.

Iuste iudex ultionis,
donum fac remissionis
ante diem rationis.

Ingemisco tamquam reus :
culpa rubet vultus meus :
supplicanti parce, Deus.

Qui Mariam absolvisti,
et latronem exaudisti,
mihi quoque spem dedisti.

Preces meae non sunt dignae,
sed tu bonus fac benigne,
ne perenni cremer igne.

Inter oves locum praesta,
et ab haedis me sequestra,
statuens in parte dextra

Confutatis maledictis
flammis acribus addictis
voca me cum benedictis.
Oro supplex et acclinis,
cor contritum quasi cinis:
gere curam mei finis.

Lacrimosa dies illa,
qua resurget ex favilla
iudicandus homo reus.
Huic ergo parce, Deus :
Pie Iesu Domine,
dona eis requiem ! Amen

IV. Offertorium
Domine Jesu Christe, rex gloriae,
libera animas omnium fidelium defunctorum
de poenis infernis et de profundo lacu :
Libera eas de ore leonis :
ne absorbeat eas tartarus,
ne cadant in obscurum :
sed signifer sanctus Michael repraesentat
eas in lucem sanctam
Quam olim Abrahae promisisti
et semini eius

Hostias et preces tibi, Domine, laudis offerimus;
tu suscipe pro animabus illis,
quarum hodie memoriam faciemus:
fac eas, Domine, de morte transire ad vitam.
Quam olim Abrahae promisisti
et semini eius

V. Sanctus
Sanctus, Sanctus, Sanctus
Dominus, Deus Sabaoth.
Pleni sunt coeli et terra gloria tua.
Hosanna in excelsis.

Benedictus qui venit in nomine Domini.
Hosanna in excelsis.

VI. Agnus Dei
Agnus Dei, qui tollis peccata mundi: dona eis requiem

VII. Communio
Lux aeterna luceat eis, Domine,
cum sanctis tuis in aeternum
qui a pius es.
Requiem aeternam dona eis, Domine ;
Et lux perpetua luceat eis.
Requiem aeternam dona eis, Domine ;
Et lux perpetua luceat eis.
Cum sanctis tuis in aeternam :
Quia pius es.

Friends of Flagey

FELLOWS

Charles Adriaenssen, Amelie Coens, Bernard Darty, Paulette Darty, Diane de Spoelberch, Geert Duyck, Marc Ghysels, Laurent Legein, Colienne van Strydonck, Omroepgebouw Flagey NV / Maison de la Radio Flagey SA

GREAT FRIENDS

Patricia Bogerd, Nicole Bureau, Anne Castro Freire, António Castro Freire, Marie-Irène Ciechanowska, Stephen Clark, Werner de Borchgrave, Pieter De Koster, Chantal de Spot, Jean de Spot, Didier Debroux, Pascale Decoene, Heleen Deslauriers, Alain Dromer, François Hinfray, Ulrike Hinfray, Ida Jacobs, Patrick Jacobs, Isabelle Jacobs, Peter L'Ecluse, Gerald Leprince Jungbluth, Alain Mampuya, Sasha Marston, Giorgio Monaco-Sorge, Miriam Murphy, Martine Renwart, Hans Schwab, My-Van Schwab, Maria Grazia Tanese, Pascale Tytgat, Dirk Van Gerven, Piet Van Waeyenberge, Erna Vandeplas, Andreas von Bonin, Katinka von Bonin, Dimitri Wastchenko, Nathalie Waucquez, Jacques Zucker

FRIENDS

Steve Ahouanmenou, Ann Arnould, Pierre Arnould, Boudewijn Arts, Alexandra Barentz, Eric Bauchau, Joe Beauduin, Marijke Beauduin, André Beernaerts, Mireille Beernaerts, Gaëlle Bellec, Jens Benoot, Philippe Biebuyck, Véronique Bizet, Dominique Blommaert, Stef Borgers, Beatrice Bouckaert, Bruno Bouckaert, Monique Bréhier, Gauthier Broze, Chantal Butaye, Olivier Chapelle, Béatrix Charlier, Catherine Chatin, Robert Chatin, Anne-Catherine Chevalier, Jacques Chevalier, Marianne Chevalier, Angelica Chiarini, André Claes, Theo Compernolle, Colette Contempre, Chris Coppije, Philippe Craninx, Marc d’Antras, Veronique d'Antras, Jean-Claude Daoust, Joakim Darras, François de Borchgrave, Benedicte De Bruycker, Francesco de Buzzaccarini, Olivier de Clippele, Sabine de Clippele, Sarah De Greef, Eric De Gryse, Marie-Christine de La Rochefoucauld, Eloise de Lasteyrie du Saillant, Brigitte de Laubarede, Adrien de Lophem, Alison de Maret, Pierre de Maret, Manuela de Patoul, Dominique de Ville de Goyet, Sabine de Ville de Goyet, Charles de Villegas de Clercamp, Christine de Villenfagne, Françoise de Viron, Sebastiaan de Vries, Christophe De Vusser, Stéphane De Wit, Godefroid de Woelmont, Agnès de Wouters, Philippe de Wouters, Anne Deblander, Gérard Dejardin, Gauthier Desuter, May Dewaet, David D'Hooghe, Suzannah D'Hooghe, Frederika D’Hoore, Anne-Marie Dillens, Stanislas d’Otreppe de Bouvette, Amélie d'Oultremont, Patrice d’Oultremont, Jean Louis Duvivier, Jan Eggermont, Patricia Emsens, Aline Everard de Harzir, Marie Evrard, Jeannette Favart, Catherine Ferrant, Isabelle Ferrant, Veronique Feryn, Claude Frédérix-Oreel, Henri Frédérix, Alberto Garcia-Moreno, Nathalie Garcia-Moreno, Hélène Godeaux, Claire Goldman, Serge Goldman, Pierre Goldschmidt, Christine Goyens, Philippe Goyens, Louis Grandchamp des Raux, Arnaud Grémont, Roger Heijens, Marianne Herssens, Johan Huygh, Veerle Huylebroek, Kathleen Iweins, Guy Jansen, Yvan Jansen, Dominique Kaesmacher, Patrick Kelley, Deborah Konopnicki, Jeff Kowatch, Winifred Kowatch, Katina Laaksonen, Anne Lange, Katrien Lannoo, Micheline Levarlet, Damien Levie, Vincent Liesnard, Clive Llewellyn, Amy Lu – Etienne, Olga Machiels – Osterrieth, Joost Maes, Franklin Mamo, Vincent Maroy, Barbara Mayer, Jean-Louis Mazy, Nadine Mazy - Vander Elst, Luc Meeùs, Marie-Christine Meeùs, Christel Meuris, Delphine Misonne, Karen Olbrecht, Sabine Overkämping, Martine Payfa, Ingeborg Peumans, Frank Prieels, Chantal Quoirin, Agnès Rammant, Jean-Pierre Rammant, Anne-Marie Retsin, André Rezsohazy, Daniele Rizzi, Catherine Rutten, Jean-Pierre Schaeken Willemaers, Karine Schonberg, Désirée Schroeders, Jacques Segers – Lyssens, Myriam Sepulchre, Edouard Soubry, Anne-Véronique Stainier, Freddy Sterck, Jan Suykens, Frank Sweerts, Frank Suykens, Dominique Tchou, Marie-Françoise Thoua, Beatrix Thuysbaert, Olivier Thuysbaert, Greet T'Jonck, Danielle t’Kint de Roodenbeke, Jean t'Kint de Roodenbeke, Jelleke Tollenaar, Beatrice Trouveroy, Yves Trouveroy, Vanessa Van Bergen, Marie-Paule Van Craynest, Els Van de Perre, Katrien Van de Voorde, Radboud van den Akker, Odile van der Vaeren, Stella Van der Veer, Paul Van Dievoet, Karine Van Doninck, Patrick Van Eecke, Henriëtte van Eijl, Frédéric van Marcke, Lydie Van Muylem, Stéphanie van Rossum, Roland Van Velthoven, Alain Vandenborre, Marie Vandenbosch, Charlotte Vandoorne – Hanssens, Christophe Vandoorne, Elisabeth Vanistendael, Brigitte Verlinder, Anne Vierstraete, Pascale Vilain, Ann Wallays, Sabine Wavreil, Christian Weise, Serge Wibaut, Folkert Zijlstra, HR One Group, Management & People Development Sprl

en diegenen die anoniem wensen te blijven

versie 11.01.2023

Partners