Programma
Reynaldo Hahn, uit 7 Chansons grises: I. Chanson d’automne - V. L'heure exquise - uit 20 Mélodies, boek I: XIV. À Chloris
Camille Saint-Saëns, Saltarelle, op.74
Maurice Ravel, uit 3 Chansons: II. Trois beaux oiseaux du Paradis
Ernest Chausson, uit Poème de l'amour et de la mer, op. 19: IV. Le Temps des lilas
Gabriel Fauré, Madrigal, op. 35 - Les djinns, op. 12
Erik Satie, Gymnopédie nr. 1
artiste(n)
NN, sopraan
Koenraad Sterckx, piano
Bart Van Reyn, dir.
Wanneer op een warme nazomerse dag de avond valt, zorgen de omfloerste sluiers van de schemering voor een intiem concert waarin poëzie en muziek versmelten. De middeleeuwse teksten van Charles d’Orléans inspireerden Claude Debussy, terwijl Maurice Ravel zelf in de pen kroop voor Trois Chansons - zijn enige a capella werk. Zelf vond hij het tweede deel, Trois beaux oiseaux du Paradis, “une exquise ballade toute pleine de tendresse”.
Met de keuze voor het oeuvre van Paul Verlaine als basis voor zijn liedcyclus Chansons grises, kroonde Reynaldo Hahn zich tot onbetwiste meester van de Franse melodie - en de Parijse salons van de Belle Époque. Afsluiten voor de nacht doet Fauré, met de dramatische kracht van Les Djinns op een gedicht van Victor Hugo.