Het Eerste Pianoconcerto van Johannes Brahms is geen werk voor tere zielen. Het is een monumentale strijd tussen piano en orkest, ontstaan uit de diepe persoonlijke crisis die Brahms doormaakte na de dood van zijn mentor, Robert Schumann. Die kracht en tederheid in evenwicht houden vraagt veel van een solist - maar Jonathan Fournel begrijpt met zijn unieke combo van verfijnde elegantie en wild instinct als geen ander de donkere polsslag van Brahms.
Waar Brahms houvast zocht in structuur gaf Tchaikovsky zich ongegeneerd over aan het 'Noodlot'. Bij het schrijven van zijn Vijfde Symfonie worstelde de componist met zichzelf en twijfelde aan zijn plek in de muziekwereld: ‘nee, geen enkele hoop’ noteerde hij zelf. Toch groeide deze persoonlijke tocht doorheen rauwe emoties uit tot een van de meest gespeelde symfonieën uit het romantisch repertoire, en bood begrip en troost aan menige verdwaalde ziel.